begin
Elke speler ontvangt een rugzakkaart en legt deze open voor zich neer. Op deze kaart staan vier voorwerpen afgebeeld.
De voorwerpkaarten worden samen met de Dorakaarten geschud en als gedekte trekstapel neergelegd. Elke speler ontvangt vier kaarten en legt deze open onder zijn rugzakkaart.
verloop
Het spel wordt gespeeld in de richting van de klok. In zijn beurt neemt de speler een kaart van de stapel of hij neemt de bovenste kaart van de aflegstapel. Als het voorwerp op de kaart in zijn rugzak voorkomt, legt hij deze open naast zijn rugzak neer. Als hij de getrokken kaart reeds in zijn rugzak heeft of als dat voorwerp niet in zijn rugzak voorkomt, mag de speler kiezen:
- Hij legt de kaart op de aflegstapel.
- Hij ruilt de kaart met één van zijn vier openliggende kaarten, die nog wel in zijn rugzak passen.
Nu gaat de beurt naar de volgende speler.